Henk Horlings

Docent Piano

Mijn muziekgeschiedenis

 

 

 

Beetje vreemd misschien. De achtergrondafbeelding boven deze pagina. Maar veel Stadjers (stad Groningers) zullen het gebouw herkennen als het Feithhuis (Martinikerkhof). Dat was namelijk tot 1987 het lesgebouw van het toen nog zogeheten Stedelijk Conservatorium, hoewel er vanwege ruimtegebrek in die tijd ook wel uitgeweken werd naar een dependance aan de Noorderbuitensingel. De foto die voor de achtergrondafbeelding is gebruikt is van omstreeks 1980.

Ik had de hoofdvaklessen van Gerben Makkes van der Deijl in het deel aan de rechterkant, vanwaar iemand vanachter de vitrage vandaan lijkt te kijken.  

Toch begint mijn muziekgeschiedenis al iets eerder want je moet natuurlijk al wel íéts kunnen als je naar het conservatorium wilt.

 

Mijn eerste pianolessen kreeg ik op mijn 13e van mevrouw Voordewind op het IVAK in Delfzijl. Na een uitstapje naar het orgel (Kees Steketee), stapte ik later toch weer over naar piano, toen met Gert Jan Koolen als leraar. Voor een vakmusicus is het beginnen op 13 jaar overigens al wel wat aan de late kant.

Over mijn pianostudie aan het conservatorium

Enfin, in 1978 deed ik toelatingsexamen voor piano op het Conservatorium in Groningen. Ik werd weliswaar toegelaten, maar mede vanwege mijn late start, in pianistisch opzicht bijna een beetje als een couveusekindje. Zo heb ik later zelf beschouwd.

 

Ik studeerde bij Bob Versteegh en later bij Gerben Makkes van der Deijl.

En natuurlijk wilde ik graag naar het conservatorium, maar ik was er ook wel eens onzeker over of dat zo’n goede keuze was. Bezat ik voor een muziekvakstudie eigenlijk wel de ideale psychische constitutie, de innerlijke rust, het nodige zelfvertrouwen? Maar ook de negatieve ontwikkelingen van de sociaal economische omstandigheden, begin tachtiger jaren (Bestek ’81), waren voor een aankomend musicus zeker niet ideaal. Maar goed, muzikaal genoeg, dat dan weer wel. Maar een muziekvakstudie vraagt méér dan dat. Dan gaat het over studeren en discipline! Het streven naar vakmanschap en een drang naar ambachtelijkheid. Als amateur, als muziekliefhebber mag je wegdromen in de muziek, maar voor de (in elk geval beginnende) vakmusicus zélf geldt die “luxe” niet. Dan haal je je voldoening uit je vorderingen, je kennis en je vakmanschap. Zo hoort het althans te gaan. Nou ja, ondanks een soms wat uitbundig studentenleven en een nog niet helemaal volgroeide vakmatige instelling (wat is het verschil? 🙂 ), deed ik dan toch een redelijk eindexamen. En met overigens wel weer lovende woorden over mijn pedagogische inzichten haalde ik in 1984 het diploma docerend musicus – (DM) piano.  Maar spijt van de keuze voor een muziekvakopleiding heb ik nooit gehad. Integendeel, ik begin er juist de laatste jaren steeds meer plezier aan te beleven.

Koordirectie

Cees Rotteveel 1938 - 2000

Naast mijn pianostudie heb ik tot zijn vertrek uit Groningen koordirectie gestudeerd bij Cees Rotteveel. Dat ervoer ik als een verrijking. Mede door mijn in die tijd nog wat krampachtige relatie met de piano, kwam door het koordirectievak de essentie van de muziek voor mij ineens veel dichterbij.

 

Overigens is een vocale vorming überhaupt voor instrumentalisten en met name klavierspelers heel erg goed. Maar ook met betrekking tot het samengaan van tekst en muziek ging voor mij een wereld open. En last but not least, het aspect oude muziek, tot en met het Gregoriaans is natuurlijk een geweldig mooie muziekwereld waar je als pianist normaal gesproken ook niet snel in terecht komt.

Omdat ik het als een “sport” zag om als zelfstandig (en in die tijd alleenstaande) musicus geen beroep te hoeven doen op sociale voorzieningen was ik niet altijd even kritisch op het soort koren waar ik voor gevraagd werd. Als het maar betaalde nietwaar? En dat leidde een enkele keer dan ook wel tot een mismatch die dan vooral werd veroorzaakt door een te groot verschil in aspiratieniveau tussen koor en dirigent.

 

Toch heb ik daarvan vooral wel geleerd hoe je met relatief ongeoefende zangers (en ook wel een beetje geduld!) hele acceptabele resultaten kunt bereiken. Heel leuk ook om waar te nemen is dat wanneer je enige moed en durf weet te bewerkstelligen, mensen boven zichzelf kunt laten uitstijgen. Want muziek maken en zeker zingen is een intiem, kwetsbaar proces. Je moet maar durven…

In het omgaan met die processen komen de overeenkomsten in mij tussen pianist en de koordirigent samen; de docerend musicus. Hoe breng je de zeggingskracht over. Hoe inspireer je. Welke verbeeldingskrachten werken daarvoor en welke niet, etc. Processen die spannend blijven zolang je het leuk vindt jezelf daarover te blijven bevragen en open blijft staan voor antwoorden. Zeker ook met betrekking tot je eigen studeerprocessen. Want met onvoldoende zelfreflectie krijg je ook geen goede kijk op de studeerprocessen van een ander, ongeacht of dat leerlingen zijn of leden van een koor.

De zelfstandige muziekpraktijk

Tot 1997 heb ik een zelfstandige muziekpraktijk gevoerd. Zo had ik onder meer een eigen pianolespraktijk, leidde diverse koren, was een aantal jaren huispianist van Hotel Landgoed Ekenstein nabij Appingedam en zette wat voorzichtige schreden op het pad van de lichte muziek (jazz).

 

Omdat ik me in het muziekvak (lees: het zelfstandig ondernemerschap in de muziek) als geheel niet meer happy voelde, besloot ik in 1996 te stoppen met de muziek als beroepsuitoefening en ben me gaan omscholen middels een deeltijdstudie Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hanzehogeschool. Het besluit te stoppen met de muziek als beroep ervoer ik niet alleen als een bevrijding, maar, naar later bleek, in muzikale zin ook als een hele louterende beslissing.

 

De tijd na de muziekpraktijk

In muzikaal opzicht is er in de eerste jaren die volgden op mijn besluit met het muziekvak te stoppen aanvankelijk weinig meer gebeurd dan een kleine revisie van de vleugel (mijn trouwe “Schimmel”).Gelukkig kon dat nog steeds bij dezelfde zaak waar ik het instrument indertijd gekocht heb, H.P. Steenhuis, tegenwoordig in Glimmen, maar die toen de zaak nog had in de Oude Boteringestraat in Groningen. 

Kwam een tijd geleden nog een fotootje tegen van de oude zaak van Steenhuis in de Oude Boteringestraat
De Adventskerk op het GGZ-terrein in Assen

Pas na een aantal jaren begon ik voorzichtig aan weer wat piano te studeren. Vanaf omstreeks 2004 heb ik een stukje van het koorvak weer opgepakt in de vorm van een cantorschap in de Adventskerk (PKN) in Assen.

Een aantal jaren geleden heb ik daar uiteindelijk toch ook een punt achter gezet. Nu zou ik een enkele kanttekening kunnen plaatsen bij de wijze waarop aan het cantoraat toen ter tijd invulling werd gegeven, maar dat gaf voor mij niet de doorslag om daarmee te stoppen. Ik had immers ook kunnen besluiten om er voor 100% voor te gáán en juist een grotere verdieping na te streven. Maar met destijds ook nog een volledige baan en mijn herontdekking van de piano, besloot ik daarmee het koorleven vaarwel te zeggen.

Weer terug bij de piano

Ik ervaar dat de cirkel zich in muzikaal opzicht gedurende de laatste jaren voor mij is gaan sluiten. Nu, zo’n 40 jaar verder, ben ik bij het punt waar ik natuurlijk liever al in mijn conservatoriumtijd had willen zijn. Met duidelijk een groter persoonlijk evenwicht dan toen begint nu ook het piano studeren ineens beter te lukken. Durf het bijna niet te zeggen, maar beter zelfs dan in mijn conservatoriumtijd! Ik leer de juiste concentratie op te brengen, geduld te oefenen, de rust te bewaren tijdens het studeren. Ofwel, ik heb in de loop van de jaren geleerd met MUZIEK bezig te zijn in plaats van met mijzelf! Mijn gevoel van eigenwaarde is niet meer afhankelijk van wat ik zelf of wat anderen van mijn spel vinden. En daarmee komt de weg vrij naar Beethoven, naar Schubert, Chopin, Bach, you name it, naar de verwondering, naar hoe mooi pianoklanken eigenlijk zijn.

 

En wat de ontwikkeling van mijn pianistische vaardigheden betreft ben ik er meer en meer van doordrongen geraakt hoe techniek ook voor een groot deel van psychologische aard is. Bijvoorbeeld dat je de rust weet te bewaren als je studeert en dat moeilijke loopje dat ineens niet meer moeilijk is als je het heel langzaam speelt. En dat bedoel ik onder meer met wat ik hierboven schreef over het louterende van het stoppen met de muziek als beroepsuitoefening. Ik haal (nu pas!?) echt veel voldoening en inspiratie uit het studeren en de resultaten daarvan.

 

Zoals gezegd, een “paar jaar” eerder zouden me deze inzichten en ervaringen zeker nog welgevalliger zijn geweest, maar ik vind het mooi zo. En ik geniet er van! Maar ik heb mijn handen er ook al wel vol aan, tenminste als ik het studieritme een beetje wil vasthouden. Daarom geen koren meer, of orgelspelen (heb ik ook nog een poosje op amateurniveau gedaan). Maar gewoon lekker piano studeren en genieten! En het pianovak bleek gewoon ook te leuk om er naar buiten toe helemaal niets meer mee te doen.

En nu?

Ik heb mij begin dit jaar een grote revisie van mijn vleugel cadeau gedaan en eind vorig jaar een digitale piano aangeschaft. Een silent (Yamaha) vleugel leek mij wel wat, maar die bleken toch wat aan de prijzige kant. In wezen heb ik nu hetzelfde , alleen verdeeld over twee instrumenten. En ik móét zeggen, twee piano’s zijn in de les ook wel handig.  Ik vind ’t helemaal goed zo.

Tijdens de revisie even "op ziekenbezoek" in de werkplaats bij Steenhuis
laatste stukje van de nieuwe hamerstelen moeten er nog af
En "zo" is het.............