Onder het motto: “gooi het er maar uit”…
Oké, ik ben dus niet zo’n vlotte notenlezer. Au! Voor een vakmusicus niet iets om mee te koop te lopen, maar het is niet anders. Maar het frustreerde wel en ik ervoer het ook als een handicap. Want je kunt nooit “zo even iets van ’t blad jassen” zoals dat in jargon heet, of bijvoorbeeld spontaan even een begeleidingspartijtje spelen. En een baantje als bijvoorbeeld (koor)repetitor zit er dan ook niet in.
Maar gelukkig won mijn liefde voor muziek het van de moeite die ik had met pianospelen. Soms vraag me nog wel eens af hoe ik dat uithield. Helemaal als je aspiratieniveau dan ook nog niet helemaal in de pas loopt met jouw vaardigheden. Dan kun je haast niet anders dan vastlopen. Dat gebeurde gelukkig nét niet, maar het scheelde weinig. In 1984 deed ik uiteindelijk eindexamen DM (docerend musicus) piano met een zeven. Dat is niet om heel erg trots op te zijn, maar ik was wél Docerend musicus piano.
Verwantschap met dyslexie
Vele jaren later, toen ik allang niet meer in de muziek werkzaam was, kwam naar aanleiding van een tentamen, waar ik maar niet doorheen kwam destijds op de Bestuursacademie, uit een onderzoek naar voren dat ik een vorm van dyslexie had. En dat bleek ook de reden waarom mijn notenleesvaardigheid (lees: de automatisering / snel een notenbeeld kunnen overzien / de noot-greep associatie) zich maar niet wilde ontwikkelen. En daar heb ik me ook wel voor geschaamd. “Potdorie een vakmusicus moet toch een stukje van het blad kunnen spelen. Wa’s dat nou”. Maar ik heb me er bij neergelegd en de diagnose dyslexie heeft daar ook wel bij geholpen moet ik zeggen. En dat tentamen heb ik uiteindelijk gelukkig ook gehaald. 🙂
Maar kun je dan wel een goede leraar zijn?
Ik heb wel eens horen zeggen dat leraren die les geven in een vak waar zij vroeger wat moeite mee hadden, vaak de betere leraren zijn. Gewoon omdat je alle valkuilen wel zo ongeveer kent en in een wat langzamer studietempo je einddoel moest bereiken. Klinkt misschien bijna wat zelfingenomen, maar ik denk dat ik mij daarom een goede docent piano mag noemen.
Compenseren
In welke mate er sprake is geweest van een bewust zoeken naar compensatie weet ik eigenlijk niet (ben ik niet deskundig genoeg voor), maar ik heb een redelijk gevoel ontwikkeld voor harmonieleer, jazz en improvisatie en dat vind ik dat wel weer heel leuk en het is zeker ook een verrijking voor de pianoles.
Etudes en techniek
Een etude is een technisch oefenstuk. Eerst en vooral bedoeld dus om je techniek te verbeteren. Maar vaak zijn etudes saai en daarom niet altijd leuk om te doen dus. Nou ja er bestaan wel mooie etudes van bijvoorbeeld Chopin, Rachmaninoff of Liszt (hoewel ik die ook niet allemaal mooi vind, maar dat terzijde). Maar die zijn knettermoeilijk en voor de normale pianoles niet te doen. Blijft dat de meeste etudes dus saai zijn, een enkel leuk stukje daargelaten, en je moet vooral veel, heel veel oefenen. Maar…. Lees vooral ook nog even verder.
In de tijd van mijn pianostudie op het conservatorium en ook daarna nog wel was ik best eigenwijs in mijn opvattingen over het studeren van etudes en het oefenen van de “rek- en strekoefeningen” van bijvoorbeeld Dohnányi, Hanon, der kleine Pischna (Wolff) etc.
Ik vond het “Onzin. Besteed je tijd liever aan je repertoire dat je moet /wil studeren. Kost alleen maar extra tijd.”
Nou, ik móét zeggen, daar ben ik dus wel behoorlijk op teruggekomen. Hoe dan?
Even een voorbeeld uit (ook) een hobby van mij; (spoorweg)modelbouw.
Het weatheren (met de verfspuit kunstmatig vies maken van een model om het nog echter te laten lijken), moet ik nog verder oefenen.
Nou moet je er toch niet aan denken dat ik een van mijn mooiste modellen totaal naar de ratsmodee help door mijn gebrekkige verfspuittechniek daarop te gaan uitproberen. Dat oefen je natuurlijk eerst op een proefstukje of eventueel op een goedkoop wagentje / locje dat je ergens op een beurs of een rommelmarkt op de kop getikt hebt.
Toch heb ik dat met muziekstukken bij nader inzien eigenlijk wel gedaan. Stukken verknoeid door met een gebrekkige techniek te beginnen aan een stuk dat eigenlijk meer techniek vereist dan je op dat moment in huis hebt. En dat krijg je, althans naar mijn ervaring, eigenlijk nooit weer goed.
Ik merkte dat je veel prettiger en rustiger ook aan een nieuw stuk begint als je door het studeren van etudes voldoende vaardigheden hebt of in elk geval veel beter voorbereid aan dat stuk begint.
En hoezo “etudes studeren kost veel tijd?” Die tijd loop je ruimschoots in als je technisch goed voorbereid aan je stuk begint. Écht!
Maar waar haal je nou de moed, de discipline en überhaupt de zin vandaan om etudes te gaan studeren?
Mijn advies: Hou het vooral klein en overzichtelijk. Ik ben nog steeds niet van de grote en lange etudes van twee, drie bladzijden van Czerny bijvoorbeeld. Allez, kun je doen als je dat mooi vindt gaan. Is ook niks op tegen, maar ik wil voorkomen dat het je tegen gaat staan en dat je erop afknapt. Gewoon de kleine etudes van Czerny-Germer bijvoorbeeld.
Maar studeer ze vooral langzaam en foutloos. Net zo serieus als je ook je repertoire studeert. Een tempoaanduiding als allegro bijvoorbeeld, daar zet ik in het boek van de leerling met potlood gelijk een streep door. “Tempo (tenzij er molto adagio staat 😊) is het laatste waar we naar kijken” zeg ik vaak.
En……………Ga nooit op snelheid studeren. Snelheid is het resultaat van goed en zorgvuldig studeren. De snelheid “groeit” daar vanzelf uit. En laat dat groeiproces ook zijn werk doen. Ik noem het wel eens Tai chi aan de piano. En last but not least; je concentratie en, het woord is al eerder gevallen, geduld. Ik zie in de les, maar heb dat uiteraard bij mijzelf ook waargenomen, dat gebrek aan concentratie én geduld hele grote obstakels zijn in de ontwikkeling van de pianostudie.
En ja we kennen allemaal de mensen die met een zeker gemak en zonder het speciaal studeren van etudes toch nog een heel eind komen. Klopt! Die zijn er; de natuurtalenten die van zichzelf intuïtief weten hoe ze een toets moeten aanslaan en van nature een vermogen hebben zich goed te kunnen concentreren en te ontspannen. Maar dat zijn er niet zo veel. Anders waren we allemaal grote concertpianisten, nietwaar?
Ik heb eerder geschreven dat techniek voor en groot deel psychologie is. Het vermogen je te kunnen concentreren, om je (fysiek) te ontspannen en de controle te blijven houden over je bewegingen. En ook ontspannen te blijven als je dat lastige loopje weer ziet aankomen. De kunst is om alleen met jezelf en je techniek en de muziek bezig te zijn, in plaats van met wat anderen (inclusief je leraar bijvoorbeeld) van je spel vinden en of je wel goed genoeg je best gedaan hebt. Dat leidt allemaal af. Heeft niks met muziek maken te maken.
Tot slot / samengevat
De wil om snel resultaat te willen bereiken is het eerste wat je moet loslaten. Zet dat om in rust en concentratie om langzaam en foutloos je oefeningen en / of je repertoire te studeren. En als je dan tóch van de snelheid bent, ja écht gegarandeerd; langzaam en geconcentreerd en foutloos is de snelste methode.
